U bent hier

Vingerspelling in de hand

Bij vingerspelling in de hand wordt de gesproken tekst letter voor letter in de hand van de doofblinde gespeld. Dit vraagt van de tolk zowel geestelijk als lichamelijk een grote concentratie. Zelfs bij gevorderde tolken kan de gesproken tekst, door de snelheid, zelden letterlijk overgebracht worden en moet er dus samengevat worden. Tegelijkertijd vraagt het op topsnelheid vingerspellen een enorme fysieke inspanning. De tolk moet dan ook elke 10 minuten pauzeren om de spieren los te maken. Alleen daarom is al een team van twee tolken nodig. Is de boodschap complex van aard? Bijvoorbeeld door de inhoud van de tekst, de snelheid waarmee de boodschap geuit wordt of de snelle wisseling van sprekers? Dan is een team ook om een andere reden nodig. De tolken ondersteunen elkaar, doordat bijvoorbeeld de ene tolk de sprekers aangeeft en de emoties van de sprekers op de rug weergeeft en de andere tolk de tekst vingerspelt. Ook een team van tolken heeft regelmatig rust nodig. Daarom is het bij een congres gebruikelijk dat er drie of vier tolken voor één doofblinde persoon werken.