U bent hier

Passend onderwijs

Sinds 2011 kijkt het ministerie van OCW hoe de tolkvoorziening in het kader van de wet passend onderwijs overgeheveld kan worden van UWV naar de cluster 2-instellingen. Dat bleek een ingewikkeld traject te zijn.

Na de invoering van de Wet Passend Onderwijs (augustus 2014) is de regeling en de financiering van de tolkvoorziening in het onderwijs niet veranderd. Er heeft overleg plaats gevonden tussen het ministerie, de besturen van de cluster 2 scholen en de belangenorganisaties over de manier waarop de tolkvoorziening in het basis- en het voortgezet onderwijs en in het MBO op termijn het beste geregeld kan worden. De NBTG en de beroepsvereniging van schrijftolken waren ook betrokken bij dit overleg.

Onderwijstolken naar Cluster 2?
In de wet Passend Onderwijs is opgenomen dat de tolkvoorziening in het basis- en voortgezet onderwijs en het MBO overgeheveld zal worden naar de instellingen voor Cluster 2. De NBTG was daar vanaf het begin bij betrokken en staat daar, onder voorwaarden, niet afwijzend tegenover. Over de huidige voorziening bestaat immers veel ontevredenheid: er is niet altijd kennis van zaken en de verschillende UWV-kantoren lijken soms hun eigen beleid te voeren. Bij Cluster 2 is meer deskundigheid op dit gebied. 

Onrust
Het nieuws over deze tolkvoorzieningoverheveling zorgde voor veel onrust onder tolken en tolkgebruikers, vanwege de onduidelijkheid over de gevolgen. De onrust betreft vooral de zorg dat de cluster 2-instelling “zouden gaan bepalen” wie wel en niet een tolk krijgt. Het zijn echter niet de bestuurders die deze beslissingen nemen. De Commissie van Onderzoek (CvO) zal, op basis van de onderwijs- en communicatiebehoefte van de leerling, de tolkvoorziening koppelen aan het onderwijsarrangement. Ouders en leerling zijn nauw betrokken in het traject dat voorafgaat aan het besluit van de CvO. In de CvO zitten professionals die verstand van zaken hebben. Ze zijn niet onafhankelijk van de instelling, maar buiten de instellingen is er nauwelijks deskundigheid over cluster 2-leerlingen te vinden.
Bron: bericht samengesteld met informatie van de website www.fodok.nl

Landelijke regeling tolkvoorziening (harmonisatie)
Vervolgens hebben Dovenschap en de NBTG het initiatief genomen en in april 2015, namens alle belangen- en beroepsorganisaties, een brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin zij een voorstel doen voor een herziening van de tolkvoorziening voor mensen met een auditieve beperking. In deze brief geven de betrokken organisaties aan dat de regeling niet meer voldoet aan de huidige situatie. Dat zorgt in de uitvoering voor problemen bij tolken en tolkgebruikers en daarom pleiten de briefschrijvers voor een regeling die beter aansluit bij de praktijk en voor een eenvoudigere uitvoering.

De ministeries van VWS, SOZAWE en OCW hebben vervolgens onderzoeksbureau Significant opdracht gegeven een onderzoek in te stellen naar knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen voor de tolkvoorziening in het leef-, werk- en onderwijsdomein.

Over het advies in dit onderzoeksrapport, waarin wordt voorgesteld om in fases aan de knelpunten die door de belangen- en beroepsorganisaties genoemd zijn, te werken, is op het moment van schrijven (november 2016) nog geen beslissing genomen door de betrokken bewindslieden.

Vanwege de ontwikkelingen m.b.t. de Landelijke regeling tolkvoorziening zijn de ontwikkelingen m.b.t. de overheveling van de tolkvoorziening in het Passend Onderwijs ook 'on hold' gezet door alle betrokken partijen.


Juli 2013
In januari 2011 ontving de NBTG van het ministerie van onderwijs het verzoek te komen praten over de tolkvoorziening in het onderwijs. Tijdens het gesprek kwam naar voren dat er een nieuwe wet gaat komen. De wet Passend Onderwijs.

De wet Passend Onderwijs
De wet Passend Onderwijs wordt ingevoerd op 1 augustus 2014 en geldt voor alle leerlingen in Nederland. Als de wet is ingevoerd, vervalt de huidige wet op de leerlinggebonden financiering; Het ‘rugzakje’ houdt op te bestaan. De nieuwe wet regelt dat alle leerlingen met een beperking op de best passende plek onderwijs krijgen. Ook regelt de wet dat reguliere scholen er verantwoordelijk voor worden de ondersteuning te regelen voor de leerlingen die deze extra ondersteuning nodig hebben. De reguliere scholen moeten met elkaar gaan samenwerken in ‘Samenwerkingsverbanden’. De extra ondersteuning aan leerlingen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking (cluster 3) en de leerlingen met psychiatrische en/of gedragsproblemen (cluster 4) moet het samenwerkingsverband van reguliere scholen zelf regelen en organiseren. De extra ondersteuning voor leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking is de taak van de speciale scholen en diensten ambulante begeleiding van cluster 2. In de wet is bepaald dat hiervoor een landelijke regeling komt en dat de scholen van cluster 2 instellingen moeten vormen. Cluster 2 krijgt daarmee een zelfde regeling als de regeling die nu al geldt voor de leerlingen met een visuele beperking (cluster 1).

Geen bezuiniging meer, wel een vast budget
Aanvankelijk was de wet Passend Onderwijs gekoppeld aan een grote bezuiniging op het speciaal onderwijs. Daar is veel ophef over gekomen en uiteindelijk heeft de politiek daar een stokje voor gestoken. Er wordt op het speciaal onderwijs niet bezuinigd. Wel is bepaald dat alle scholen, dus de reguliere scholen en de instellingen cluster 2, gaan werken met een vast budget voor de extra ondersteuning. Er is geen sprake meer van een ‘openeind-financiering’. De overheid besloot hiertoe, omdat het speciaal onderwijs de afgelopen jaren steeds maar groeide en er steeds meer geld nodig was. Het ministerie legt nu de verantwoordelijkheid bij de regionale samenwerkingsverbanden en bij de instellingen van cluster 1 en 2. Deze moeten nu met een beschikbaar budget werken. De overheid stelt eisen aan de inrichting en aan de kwaliteit.

Landelijke regeling voor leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking
De reden om de ondersteuning aan auditief en/of communicatief beperkte leerlingen op een andere manier te regelen, heeft te maken met: de specifieke expertise die nodig is en het feit dat het landelijk om een relatief klein aantal leerlingen gaat. Door de landelijke samenwerking kan de expertise en de deskundigheid beter gegarandeerd blijven. De besturen van de scholen van cluster 2 werken landelijk samen. De naam van deze organisatie is Siméa. Het ministerie van OCW vraagt de besturen onderling samen te werken in een beperkt aantal instellingen. De besturen besloten dat er vijf instellingen komen die het onderwijs en de begeleiding aan auditief en/of communicatief beperkte leerlingen gaan verzorgen. De huidige scholen (dovenscholen) blijven bij de invoering van passend onderwijs bestaan, zij heten dan ‘lesplaatsen’.

Met de invoering van de wet passend onderwijs krijgen de reguliere scholen de zorgplicht voor alle leerlingen in hun samenwerkingsverband. Ook voor auditief en/of communicatief beperkte leerlingen. De reguliere school kan altijd voor informatie en advies bij de instelling van cluster 2 terecht. Wanneer blijkt dat de leerling met een auditieve en/of communicatieve beperking meer ondersteuning nodig heeft dan het samenwerkingsverband kan bieden en de leerling is toelaatbaar tot cluster 2, dan heeft de instelling van cluster 2 een ondersteuningsplicht naar de leerling. Dit geldt voor de leerling in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en voor de student in het MBO. Om te kunnen voldoen aan de nieuwe wetgeving werken de scholen van cluster 2 (de dovenscholen) aan de herinrichting van het onderwijs en de begeleiding aan cluster 2 leerlingen.

Herinrichting onderwijs en begeleiding aan leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking
Uitgangspunt voor de instellingen van cluster 2 is het bieden van maatwerk aan de leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking. De instelling van cluster 2 wordt verantwoordelijk voor de toelaatbaarheidsbepaling. Hiervoor moet elke instelling een Commissie van Onderzoek inrichten. Om de toelaatbaarheid te kunnen bepalen, wordt een traject doorlopen waarbij ouders en de reguliere school begeleiding krijgen van cluster 2. In het traject wordt niet alleen gekeken naar de stoornis van de leerling, maar wordt ook gekeken welke onderwijsbehoefte en communicatiebehoefte de leerling heeft en wat de leerling en eventueel de reguliere school nodig heeft van cluster 2. Dit gebeurt in overleg met de ouders, de leerling en de reguliere school. De instellingen van cluster 2 zullen duidelijke informatie geven waar de ouders en/of scholen voor informatie en advies terecht kunnen en waar leerlingen kunnen worden aangemeld.
De uitkomst van het traject van toelaatbaarheidsbepaling wordt als een advies voorgelegd aan de Commissie van Onderzoek. Uiteindelijk neemt deze commissie het besluit.

Siméa heeft de begeleiding en ondersteuning aan de leerlingen in drie onderwijsarrangementen ingedeeld: namelijk een zwaar, een medium en een licht. Binnen de onderwijsarrangementen wordt voor de leerling op maat een onderwijs- en/of begeleidingspakket samengesteld. Hieronder volgt een korte weergave van de indeling in onderwijsarrangementen:

  • Zwaar: een leerling heeft veel begeleiding nodig om goed onderwijs te kunnen volgen. In veel gevallen zal de leerling onderwijs volgen op een school voor speciaal onderwijs waar mensen werken die deskundig zijn en ervaring hebben in het werken met leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking (de huidige scholen voor speciaal onderwijs) De leerling is ingeschreven in het speciaal (voortgezet) onderwijs.
  • Medium: deze leerlingen hebben wel begeleiding nodig, maar kunnen een deel van het onderwijs volgen binnen een reguliere school. Er zou bijvoorbeeld een aantal dagen per week een leerkracht vanuit cluster 2 les kunnen komen geven aan een groepje leerlingen op de reguliere school of de leerling krijgt regelmatiger begeleiding van een ambulant begeleider.
  • Licht: De leerling kan met weinig begeleiding regulier onderwijs volgen. Hoe die begeleiding er exact uitziet, hangt af van de onderwijsbehoefte van de leerling en de ondersteuningsbehoefte van de school> dat is dus maatwerk.

Tolkvoorziening
Binnen de onderwijsarrangementen wordt ook gekeken naar de communicatiebehoeften van de leerling en of de inzet van een tolk noodzakelijk is. De tolkvoorziening is nu zo geregeld dat leerlingen via het UWV tolken in kunnen zetten. Zij kunnen zelf kiezen welke tolk zij willen. De tolk wordt betaald door UWV. De huidige tolkvoorziening in het onderwijs wordt door het ministerie van OCW betaald. Er is sprake van een openeind financiering. Het ministerie wil de tolkenvoorziening budgetteren en heeft besloten om, als de wet Passend Onderwijs wordt ingevoerd, de tolkvoorziening voor het basis, voortgezet en MBO onderwijs uit te laten voeren door de instellingen van cluster 2. HBO en universitair onderwijs blijven onder UWV vallen.

Siméa onderzoekt op dit moment of het cluster 2 deze verantwoordelijkheid op zich wil nemen en hoe dit dan het beste te organiseren is. Gelet op het belang van de leerlingen die deze voorziening nodig hebben nu en in de toekomst, is het budget dat het ministerie hiervoor beschikbaar stelt van belang. Siméa vraagt het ministerie en het UWV hierover duidelijkheid. Het onderzoek wordt in opdracht van Siméa uitgevoerd. Voor het onderzoek zijn gesprekken gevoerd met verschillende partijen waaronder o.a. Dovenschap en de FODOK. Ook heeft de adviseur gesproken met o.a. de NBTG. Het rapport wordt voor de zomervakantie verwacht, dan neemt Siméa het besluit of zij de tolkvoorziening ook daadwerkelijk gaat uitvoeren. Daarna wordt verder bekeken hoe de tolkvoorziening wordt ingericht en georganiseerd. De FODOK en Dovenschap worden hier ook nauw bij betrokken.

Als de tolkvoorziening over gaat naar de cluster 2 instellingen gaat er in de praktijk het een en ander veranderen. Hoe dat er precies uit gaat zien, is nu nog niet te zeggen. Dat is ook afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek. Het zou zo kunnen zijn dat bijvoorbeeld meerdere leerlingen op dezelfde school zitten, waardoor één tolk voor meerdere leerlingen tolkt. Het zou ook kunnen zijn dat er tolken in loondienst gaan werken bij de cluster 2 instellingen (nu zijn bijna alle tolken zzp’er). Maar het kan dus ook zijn dat als een leerling is ingeschreven in het speciaal onderwijs en één of twee dagen naar de reguliere school gaat wel een tolk krijgt op de reguliere school (dat kan nu niet omdat de leerling die ingeschreven is in het speciaal onderwijs nu geen recht op een tolk heeft als hij ook in het regulier onderwijs les volgt).

Het uitgangspunt van Siméa is dat iedereen goed onderwijs moet krijgen en dat cluster 2 ondersteuning op maat regelt. Net als bij het advies over de onderwijsarrangementen wordt ook over de tolkvoorziening overlegd met de ouders, de leerling en de reguliere school. De Commissie van Onderzoek neemt het besluit. Er zijn zowel voor- als nadelen te bedenken aan het overhevelen van de tolkvoorziening van UWV naar de cluster 2 instellingen. Omdat het nu nog niet precies duidelijk is hoe alles ingevuld gaat worden, zorgt dat soms voor onrust. Maar Siméa heeft aangegeven dat het voor hen ook van belang is dat dove/sh leerlingen goed onderwijs kunnen volgen en daarnaast heeft iedereen recht op goed onderwijs. De NBTG volgt de ontwikkelingen op de voet en probeert de belangen van tolken zo goed mogelijk te behartigen. Daarnaast zijn ook de belangenbehartigers voor tolkgebruikers en ouders van dove kinderen (Dovenschap en Fodok) betrokken bij de ontwikkelingen. De cluster 2 instellingen moeten vanaf 1 augustus 2014 ingericht zijn en dan zullen ook de wijzigingen in het onderwijs gaan plaatsvinden. Dit zal niet een directe omslag zijn, maar een geleidelijke overgang. Voor de overdracht van de tolkvoorziening is geen harde deadline gesteld. Het streven is om dit ook per 1 augustus 2014 te laten plaatsvinden. Het een en ander is afhankelijk van de uitkomsten van het eerder genoemde onderzoek. Van belang is dat de overdracht zorgvuldig gebeurt!

Meer informatie is ook te vinden op: http://www.simea.nl/dossiers/passend-onderwijs en de sites van de belangenorganisaties voor ouders van dove en slechthorende kinderen (www.foss-info.nl en www.fodok.nl)