U bent hier

Dove Pilaren

‘Er is een kloof tussen de doven en de tolken’. Is dat zo? En: blijft dit alleen bij woorden of kunnen we hier ook iets aan doen? Wij trokken de stoute schoenen aan en peilden bij dove mensen die wij zelf goed kennen en die ook veel betekend hebben voor de dovengemeenschap in Nederland of zij zouden willen bijdragen aan een nascholing voor tolken om zo een eerste brug te slaan.

Zes Dovenpilaren, want dat zijn het, namen de moeite om een zomeravond lang hun levensverhaal te komen vertellen en met de deelnemers in discussie te gaan over de ontwikkelingen van nu tegen het licht van toen. Met de verhalen van onze gasten Sarah Muller, Benny Elferink, Boris Pavloff, Marten Koning, Gera Vonk-Huisjes en Johan Wesemann kunnen we boeken vullen. Vol aandacht hebben we geluisterd naar verhalen, waarin doorzettingsvermogen, assertiviteit, opleidingen volgen zonder tolk en een tomeloze inzet voor de dovengemeenschap centraal stonden. Om letterlijk van al hun ervaringen te kunnen leren hebben we middels discussie ‘over het nu’ verschillende stellingen met elkaar besproken. Om nascholing niet achter gesloten deuren te houden maar ook juist een cultuur van kennis delen te stimuleren, hierbij een inkijkje in de verworven inzichten. Tevens geeft het iedereen een mooi tijdsbeeld. Hoe denkt de ‘tolk van nu’ over…

De tolk in de dovenwereld

Bij de stelling ‘tolken komen te weinig in de Dovenwereld’ zijn de meningen sterk verdeeld. De een voelt zich er niet welkom. Een ander komt vaak in een gebarencafé of op een feest, maar vraagt zich af of dat de Dovenwereld is. Wanneer een van de gastsprekers aangeeft dat het doen van vrijwilligerswerk binnen de dovenwereld de norm zou moeten zijn voor een goede integratie wordt de discussie feller en vraagt men zich openlijk af met welke drijfveer men dan de dovengemeenschap ingaat. Een eigen, zakelijk belang of gemeenschapsbelang? Sowieso zien velen het mixen van je werk en privéleven als een lastig dilemma. En is het aanwezig zijn in de dovenwereld een kwalificatie voor hoe goed je kunt tolken? Op dit moment loopt er een pilot met het aanvragen en toekennen van teamtolkuren, wat de stelling ‘teamtolken zou de norm moeten zijn bij iedere opdracht’ actueel maakt. En dat was te merken aan de reacties. Er waren felle voor- en tegenstanders. Van een duidelijk ‘Onzin, vaak is het storend!’ tot een dikke ‘JA altijd, twee horen en zien meer dan één!’ en alles ertussen in. Richtlijnen voor het inzetten van een teamtolk blijken meer dan welkom, maar het moet geen verplichting worden. Zou teamtolken een specialisatie moeten en kunnen zijn? Hier kwam men niet uit.

Specialisatie

Waar men wel een duidelijk mening over had was dat de tolk met een specialisatie op zak een hoger salaris verdient! Een tolk heeft immers tijd en geld geïnvesteerd en mag dit ook terugzien in zijn vergoeding voor deze specifieke tolksetting. Je gaat toch ook niet naar de huisarts om je gebroken been te laten zetten? Wel wordt er meerdere malen benadrukt dat alleen de opdrachten die vallen binnen de specialisatie extra beloond mogen worden. Iedereen gaat er ook vanuit dat dit tolken zal motiveren zich te specialiseren en te blijven ontwikkelen. Wel rijst bij critici de vraag: ‘Specialiseert de tolk zich via een papiertje of in de praktijk?’ Al heeft men geen idee hoever je terug zou moeten kijken om een eerlijk oordeel te moeten vellen over de stelling of de kwaliteit van de tolken de laatste jaren achteruit is gegaan, heeft men wel een duidelijk idee bij dat een deel van dit gevoel ook voortkomt uit hogere eisen die tegenwoordig aan de professionele tolk gesteld worden door de tolkgebruiker. De groep draait het dus liever om en wil als tegenstelling naar voren brengen: ‘Is de dove tolkgebruiker niet gewoon kritischer geworden ten aanzien van zijn tolk?’

Feedback: wat moet je en wat kun je ermee?

Een vraag waar flink mee geworsteld wordt. Ideaal gezien wil iedereen feedback ontvangen, maar nog niet iedere tolkgebruiker weet hoe hij of zij feedback moet geven. Dat zorgt vaak voor terughoudendheid in het feedback verzoek. Al benadrukt men dat het ook een kwestie is van openstaan voor, de non-verbale feedback al durven zien en een keertje extra naar de, misschien bekende, weg vragen. Als tolk moet je het feedbackgeven door de tolkgebruiker ook durven promoten. Waarom noemen we het geen ‘vissen naar complimentjes’? Dan is de drempel heel wat lager! Feedback hoeft niet altijd negatief te zijn. De een vindt een tolk niets, de ander vindt hem top! Wij houden van Pepsi en jij moet er niet aan denken. Zoveel mensen, zoveel wensen… De openbare kwaliteitspagina’s voor artsen en tandartsen bestaan inmiddels al. Hoog tijd voor een landelijke openbare kwaliteitspagina waarop men de tolk kan beoordelen en vergelijken? Dat zien de meeste deelnemers niet zo zitten. Het gevaar van een wedstrijdje ‘wie heeft de meest actieve internetgebruikers als klant’ tot ‘dan kan ik zelf anoniem mijn eigen profiel of dat van een collega beoordelen’, de mitsen en maren waren niet van de lucht. De enige conclusie die wij kunnen trekken is dat onze deelnemers niet het initiatief zullen nemen tot het opzetten van deze kwaliteitspagina. Maar wie wel…? Het gaat een keer gebeuren, daar waren ze met angst in het hart stiekem wel van overtuigd. Is het een taboe om over tolkfouten te praten? Het viel ons op dat de ene groep deelnemers hier juist erg makkelijk over deed: “Fouten maken is menselijk, een leven lang leren en van fouten maken wordt je een betere tolk!” Dit tot ergernis van onze dove gast. De andere groep trok juist het boetekleed aan en durfde hier amper toe te geven dat ze weleens een fout maakten. Want een fout maken is nooit leuk en al absoluut niet de bedoeling!

Uitstervende gemeenschap: fabel of feit?

De tolkengemeenschap groeit. Aan het RTGS-nummer van de tolken, dat uitgereikt wordt na inschrijving bij het RTGS met je tolk-diploma op zak, is duidelijk af te lezen of jij onder de onder de oude of de nieuwe tolken valt. Ondertussen loopt de nummering aardig op en vraagt met zich af of het werkveld verzadigd is. In de gevoerde discussie vlogen de termen ‘marktwerking’ en ‘natuurlijk verloop’ over tafel als tegenhanger van ‘toelatingstest’, ‘quotum’ en ‘bindend studieadvies’. Alhoewel niemand van de deelnemers in sprookjes gelooft, wil eigenlijk iedereen blijven vasthouden aan het idee dat de dovengemeenschap niet stervende is, maar veranderd is door de jaren heen. ‘Niets blijft wat het is!’ Iedereen erkent de invloeden van CI, technologie, social media en baalt van eilandjespolitiek. In de ideale wereld zou men het wel weten: een sterke dovengemeenschap die bestaat uit alle smaken en die samen optrekt met de horende NGT-gebruikers om zo de komende jaren de Dovenwereld niet kleiner maar groter te maken. Zolang er een sterke, dove kern blijft bestaan is iedereen er ook van overtuigd dat de Nederlandse dovengemeenschap nooit zal uitsterven.

Droom, durf, doe en deel!

Wij spraken over een kloof, wij droomden ervan hier wat aan te kunnen doen, we durfden met elkaar in gesprek te gaan en met dit artikel laten we zien wat we er mee doen. Tot slot delen we graag de door de deelnemers verworven wijsheden die zij anoniem voor hun collega’s en onze gastsprekers hebben achtergelaten op een tegeltje.

* Tolkvoorziening is belangrijk voor gelijkwaardigheid tussen doven en horenden.

* Wees professioneel maar niet te afstandelijk. Betrokkenheid past ook bij professionaliteit.

* Het verleden (onderwijs, gezin, communicatie thuis) speelt een rol in tolkeisen.

* Er moet altijd ruimte zijn voor feedback maar wel op basis van vertrouwen.

* Wij tolken niet voor de dovengemeenschap, wij tolken in de dovengemeenschap.

* Wees betrokken, investeer in jezelf en wees eerlijk naar jezelf.

* Ook zonder tolken is heel veel mogelijk.

* Als je de cultuur kent, wordt de taal een stuk makkelijker.

Interpres algemeen